2. Aderverkalking heeft niets te maken met het cholesterolgehalte

 Klik voor een literatuurverwijzing op de driehoekjes. Bedoelde referenties staan bovenaan de lijst die verschijnt.

Een van de verrassendste resultaten van al het onderzoek dat is verricht naar cholesterol is dat er geen verband is tussen het cholesterolgehalte in het bloed en de mate van aderverkalking. Als een hoog cholesterol werkelijk de oorzaak van aderverkalking zou zijn, zoals is geopperd door de Nobelprijswinnaars Brown en Goldsmith, dan zouden mensen met een hoog cholesterol meer en ernstiger atherosclerose moeten hebben dan mensen met een laag cholestero; dat is pure logica. Zo is het echter niet.

De patholoog Kurt Landé en de biochemicus Warren Sperry van de afdeling gerechtelijke geneeskunde aan New York University bestudeerden dit vraagstuk al in 1936 . Zij vergeleken de graad van aderverkalking direct na het overlijden bij een aantal gezonde mensen die waren omgekomen bij ongelukken. Hun cholesterolgehalte werd direct na de dood bepaald. Ze vonden dat mensen met een laag cholesterolgehalte net zo veel of weinig atherosclerose hadden als mensen mensen met een hoog cholesterolgehalte.

Landé en Sperry worden nooit genoemd door de aanhangers van cholesteroltheorie, of er wordt beweerd dat ze wèl een verband vonden . Ook wordt vaak gesteld dat een cholesterolbepaling bij een dode afwijkt van die bij iemand die nog leeft. Meerdere onderzoeken hebben echter aangetoond dat het cholesterolgehalte in de eerste 16 uur na intreden van de dood niet noemenswaardig verandert.

Om alle twijfel te elimineren, volgde de Canadese onderzoeker J. C. Paterson gedurende meerdere jaren 800 oorlogsveteranen. Hij mat regelmatig hun cholesterol. Toen hij de mannen na hun dood onderzocht, bevestigde zijn waarneming die van Landé en Sperry. Oorlogsveteranen die gedurende hun leven lage cholesterolwaarden hadden gehad, hadden net zo veel aderverkalking als de veteranen met de hoogste cholesterolwaarden .

Soortgelijke studies zijn uitgevoerd in India , Polen , Guatamala en in de Verenigde Staten . Telkens waren de resulaten hetzelfde: geen verband tussen het cholesterolgehalte en de mate van atherosclerose.

Het verband is ook onderzocht met zogenoemde coronaire angiografie. Het lijkt er zelfs veel op dat elke zichzelf respecterende Amerikaanse radioloog zijn eigen angiografische onderzoek heeft verricht, betaald met belastinggeld en in opdracht van het National Heart Lung and Blood Institute, het Mekka van het cholesterolonderzoek. In de talloze artikelen die ze produceerden, onderstrepen ze in bijna identieke bewoordingen de gewichtige rol van cholesterol in het onstaansproces van atherosclerose .

Maar de rapporten tonen geen individuele cijfers of diagrammen, uitsluitend correlatie-coeffinciënten. Die zijn zo laag zijn dat ze net zo goed op toeval kunnen berusten. En over de vele negatieve studies reppen ze met geen woord.

Coronaire angiografie wordt alleen uitgevoerd bij mensen met symptomen van hartproblemen, dus studies die zijn gebaseerd op angiogrammen krijgen daardoor een bias, een ingebouwde fout, die verklaart waarom enkele van de bovengenoemde studies een zwak verband vonden tussen het cholesterolgehalte en de mate van aderverkalking. Minder dan een half procent van de mensheid heeft familiaire hypercholesteremie, een erfelijke aandoening waarbij het cholesterolgehalte extreem hoog is, vaak twee keer zo hoog als normaal. Individuën met deze erfelijke aanleg hebben vaker cholesterolafzetting in hun kransslagaderen dan anderen. Dit is één van de argumenten die worden aangevoerd als bewijs dat cholesterol tot aderverkalking leidt. De vaatveranderingen die bij familiaire hypercholesteremie worden gezien – en die alleen goed kunnen worden bestudeerd bij het geringe aantal mensen dat de abnormaliteit van beide ouders heeft geërfd – blijken weinig overeenkomsten te vertonen met ‘echte’ aderverkalking. Het is eerder een kwestie van afzetting, sedimentatie, en deze uitzonderlijke veranderingen predisponeren (voorbestemmen) voor echte atherosclerose. Personen met heterozygote familiaire hypercholesteremie, de grote meerderheid van de mensen met een erfelijk verhoogd cholesterol die de afwijking van een ouder hebben geërfd, zullen dus verhoudingsgewijs ruim vertegenwoordigd zijn in de groepen patiënten die worden onderzocht met coronaire angiografie. In een grafiek waar het cholesterolgehalte wordt aangegeven op de x-as en de mate van aderverkalking op de y-as, zullen deze mensen op grond van het voorgaande rechts bovenin belanden, terwijl de rest gelijkelijk over de grafiek wordt verdeeld. De figuur hieronder illustreert dit.

We zien in één oogopslag dat het verband volledig verdwijnt wanneer alle patiënten met een cholesterol boven de de 350 mg-dl (ongeveer 9 mmol/l) worden uitgsloten. Iedereen met zo’n hoog cholesterol heeft naar alle waarschijnlijkheid familiaire hypercholesteremie.

De Zweedse cardioloog Kim Cramer en medewerkers toonden dat het zo werkt . Net als veel anderen vonden zij een zwak verband tussen het cholesterolgehalte en de angiografische veranderingen. Maar wanneer ze alle mensen die werden behandeld met cholesterolverlagende medicijnen uitsloten – en in 1966 werden alleen mensen met familiaire hypercholesteremie behandeld – verdween het verband.

In Japan wordt relatief mager gegeten, het cholesterolgehalte van de Japanners is vrij laag en het hartinfarct is er betrekkelijk zeldzaam. Japanners zouden dus minder aderverkalkt moeten zijn dan westerlingen, die een beduidend hoger cholesterol hebben. Twee Amerikaanse pathologen, Ira Gore en A. E. Hirst, onderzochten dat in samenwerking met Yahei Keseki, een Japanse collega. Ze beschreven nauwkeurig de mate van atherosclerose in de aorta’s van 659 Amerikanen en 260 Japanners. Zoals verwacht vonden ze dat de aderverkalking in beide groepen toenam met de leeftijd.

Binnen de repectieve leeftijdsgroepen was er weinig verschil in de mate van aderverkalking. Voor het 60-ste jaar waren de Amerikanen een tikje ‘aderverkalkter’ dan de Japanners, tussen de 60 en 80 was er geen enkel verschil en vanaf 80 jaar hadden de Japanners een tikkeltje meer aderverkalking dan de Amerikanen .

De pathologen J.A. Reisch uit Minnesota en N. Okabe uit Kyushu in Japan publiceerden een soortgelijke studie . Zij onderzochten de halsslagaders van 1408 Japanners en meer dan 5000 Amerikanen en constateerden dat Japanners van alle leeftijdsgroepen meer atherosclerose hadden dan Amerikanen.

Je kunt je afvragen of Brown en Goldstein hun Nobelprijs hadden gekregen als het Nobelcommitté op de hoogte was geweest van deze studies, die overigens allemaal lang voor de prijs werd uitgereikt werden gepubliceerd.

Lees ook: Is atherosclerosis caused by high cholesterol? (Wordt atherosclerose veroorzaakt door een hoog cholesterol?)

© Uffe Ravnskov     

Publicerad i Mythen, nederlandse